Minerva

Het is groen en het komt uit België
door Rob de Vries

Om te beginnen moeten wij spreken van “Minerva T.T.” waarbij T.T. staat voor Tout Terrain. Om uit te leggen hoe de Minerva T.T. ontstaan is, eerst een beetje geschiedenisles.
De in 1868 in Amsterdam (!) geboren Silvain de Jong begon in Belgie in 1897 onder de merknaam Minerva fietsen te fabriceren. Zoals in die pioniersjaren vaker gebeurde werden er al snel motorfietsen gemaakt. Daarna volgden er kleine auto’s, die geleidelijk steeds groter, luxueuzer en duurder werden. Ook was men vrachtauto’s gaan fabriceren. Omstreeks 1909 introduceerde Minerva de schuivenmotor in haar modellen. Dit patent van de Amerikaanse ontwerper Knight was betrouwbaarder en veel stiller dan de toenmalige motoren met kleppen. Mede hierdoor, en de grote aandacht voor kwaliteit en detail, kon een Minerva automobiel zich gaandeweg meten met Rolls-Royces, Duesenbergs etc.
Als in 1928 Sylvain de Jong aan de gevolgen van een ziekte overlijd, heeft de onderneming bijna 7000 werknemers in dienst. Zijn opvolgers in de Raad van Beheer kregen het echter niet makkelijk. Ten eerste bleef men vasthouden aan handmatige fabricage, (de lopende band werd zeer beperkt gebruikt), ten tweede had de economische crisis in 1930 grote gevolgen. Eind 1934 werd het bedrijf onder curatele gesteld, om tenslotte te worden overgenomen door Mathieu van Roggen. Deze heer was eigenaar van Imperia, een ander Belgisch automerk. Nieuwe automodellen kwamen er echter niet meer, en de oude modellen bleven in productie tot de onderdelen op waren. Tot het uitbreken van de tweede wereldoorlog bleef men nog wel vrachtauto’s bouwen.
Tijdens de tweede wereldoorlog werd de fabriek te Mortsel door de Duitsers gebruikt om Messerschmidt Me-109 vliegtuigen te repareren.

Hier moet ik even een zijstapje maken. Kort na de tweede wereldoorlog was er in Belgie, net als in Nederland, behoefte aan werkgelegenheid. Bovendien had het Belgische leger (ABL) behoefte aan lichte terreinvoertuigen.
De Belgische overheid wil uiteraard dat deze in eigen land gebouwd worden. Diverse Belgische fabrieken die in staat worden geacht een dergelijke (licentie-) produktie aan te kunnen worden aangeschreven. Ook buitenlandse fabrikanten met fabrieken in Belgie worden aangeschreven. O.a Imperia, inmiddels dus geen eigendom meer van Mathieu van Roggen, Minerva en Willys-Overland (met een assemblagelijn in Belgie) reageren. Vreemd genoeg zegt Minerva in eerste instantie een FIAT-licentie te kunnen krijgen. De Belgische overheid besteld in 1951 2500 gemilitairiseerde Willys CJ-3A jeeps. Deze worden in 1951 en 1952 in Belgie geassembleerd.
Wat er precies gebeurd is weet men niet, maar Minerva heeft uiteindelijk een licentie verkregen van Land Rover en krijgt in 1952 een overheidscontract. (De oplettende lezer zal zich herinneren dat de Land Rover onder meer is ontstaan omdat de Roverfabrieken staalrantsoenen kregen afgemeten aan hun export, en dus maar wat graag CKD kits verkochten naar het buitenland.)

Nu weer terug naar de hoofdfilm: Van Roggen heeft na de tweede wereldoorlog recht op aanzienlijke herstelvergoedingen vanwege de in de oorlog geleden schade. Hij heeft omstreeks oktober 1951 een akkoord gesloten met Rover over de levering van CKD-kits op basis van de 80” 2ltr Land Rover. Deze kits bestaan o.a. uit: chassis, aandrijflijn en stuurinrichting. Bij Minerva zou de assemblage plaats vinden, en Minerva zou een eigen koetswerk realiseren. Hij krijgt het contract en er kwamen tussen 1952 en 1955 bijna 8500 militaire Minerva-Land Rovers van de band. Aanvankelijk betrof de order 2500 voertuigen, maar door de Korea-crisis kwamen er nog een paar(6000!) bij. In 1953 kwam er een civiele versie van de Minerva-Land Rover. In 1954 ging men net als Land Rover over op 86” wielbasis. Ondertussen had Minerva ruzie met Land Rover, omdat Land Rover zelf de Belgische markt op wilde. Hierom ontwikkelde men in 1954 een geheel eigen terreinwagen voor het leger, de M-20. Dat werd geen succes, dus werden er in 1955 civiele versies gemaakt, de C-20 en C-22. In totaal werden er daarvan waarschijnlijk 10 gemaakt. Ook de civiele versies van de Minerva-Land Rover en de 86” versies zijn knap zeldzaam. Na nog een noodsprong in de luchtvaart industrie werd Minerva in 1958 definitief failliet verklaard.

Maar “onze” Minerva T.T. (license Rover) ging dapper verder. In 1985, ruim 30 jaar na produktie, waren er bij het Belgische leger nog bijna 2500 in gebruik. Tot ver in de jaren ’90 kon men als particulier bij het Belgische leger Minerva’s kopen, inmiddels 40 jaar oud en vaak met verrassend lage kilometerstanden. Men is soms verbaasd over deze lange levensloop, maar als men zich indenkt dat het Nederlandse leger ongeveer 20 jaar deed met “slechts” +/- 5500 Land Rovers, dan moet het haast wel zo zijn geweest dat wanneer een Minerva T.T. “op” was er gewoon een nieuwe uit de stelling werd gepakt. Vanaf 1975 kreeg de Minerva hulp van een aantal serie 3 4X2 88” Land Rovers. Deze bleven tot 1998 in dienst. Vanaf 1985 werd de Minerva T.T.’s en de Land Rovers geleidelijk aan vervangen door de Bombardier Iltis. Deze is beter bekend als Volkswagen Iltis, maar Bombardier, een groot Canadees concern heeft fabrieken in Belgie en heeft dus, weer met het oog op de werkgelegenheid, in licentie de Iltissen gebouwd. Wie weet worden deze ooit wel weer vervangen door Land Rovers.

Bronnen:
Boeken:
Philippe Boval, MINERVA VANDAAG, Albert Valcke, 1998, ISBN90-9012199-4
John Pacco, BELGISCH LEGER, JEEPS EN VRACHTWAGENS 1950-1998, J.P. Publications, 1998, ISBN90-801136-4-6
P.F. van den Heuvel, F. Staarman, VAN JEEP TOT MERCEDES, het lichte terreinwaardige wielvoertuig in de koninklijke landmacht 1945-1997, legermuseum Delft, 1997, ISBN90-6116-007-3

Artikel:
F. Van De Plas, T.T. HISTORIEK, in T.T. Nieuwsbrief 3/’98, een uitgave van het MINERVA T.T. REGISTER.